Voorwoord
Het lijkt jou leuk om verhalen te schrijven. Of misschien doe je het al een tijdje. Nu wil je zelfs graag een (verhalen)boek schrijven. Maar hoe pak je dat aan?
In deze cursus krijg je kennis en tips aangeboden die handig zijn wanneer je aan een verhaal of boek gaat werken. En je leert hoe je voorkomt dat je vast komt te zitten of in een valkuil tuimelt. Ook krijg je veel opdrachten om allerlei vaardigheden te oefenen. Want schrijven is een vak! Een boek schrijven is iets anders dan lukraak een (verzonnen) verhaal op papier zetten.
In deze cursus leer je niet één bepaalde manier van het schrijven van een verhaal, want geen schrijver werkt hetzelfde! Ieder mens is uniek. Ook hangt de manier van schrijven vaak samen met het soort boek dat je wilt schrijven. Kijk steeds wat bij jou past! Het gaat er vooral om dat je plezier hebt in het schrijven. Als je een opdracht te moeilijk of lastig vindt, mag je hem ook overslaan en zelf kiezen wat je schrijft. Ook kun je soms kiezen voor een alternatieve en/of extra opdracht.
Bij het maken van de cursus heb ik zowel gebruik gemaakt van mijn eigen ervaring en kennis als van die van andere schrijvers.
Ik ben Hieke van der Werff (www.hiekevanderwerff.nl) en schrijf sinds 1999 kinderboeken die voornamelijk door uitgeverij De Vier Windstreken zijn uitgegeven. Ik schrijf voor de leeftijden 4+, 7+ en 10+.
Vanaf mijn tiende jaar schreef ik al verhalen en gedichtjes. Ook verzon ik als kind spelletjes en puzzels. Maar het zou nog veertig jaar duren voordat ik een boek ging schrijven. En het is net alsof ik toen een kraantje opendraaide, want elk jaar dient zich sindsdien een nieuw verhaal aan. (Zie www.leesfeest.nl/node/2598)
Ik schrijf graag over kinderen die moedig zijn.
Ook is er vaak in mijn verhalen een volwassene die bijzonder is. In mijn eerste boek Schatkasten is dat een vrouw die schatkasten maakt en weggeeft.
Ik hoop dat je veel van de cursus leert en van de persoonlijke feedback die je van je schrijfcoach zult ontvangen. Ook wens ik je heel veel plezier bij de schrijf- en leesopdrachten. Het kan een groot avontuur voor jezelf worden. En een ontdekkingstocht: wat vind jij leuk om te schrijven…, wat wil je graag anderen laten lezen… in welke fantasiewereld wil je zelf een poosje zijn? Hou je van verhalen die zich hier-en-nu afspelen of vind je griezelen en fantasy juist leuk? Is het je droom om een dagboek te schrijven of een verhaal over dieren? Alles mag!
Veel succes en plezier!
Schrijf je eigen boek!
Inleiding:
Bij elke les krijg je meerdere opdrachten. Sommige doe je voor jezelf en andere stuur je op om er een reactie/ feedback op te krijgen. Je hoort wat er al goed gaat en krijgt tips.
Opbouw cursus: Je ontvangt gedurende 20 weken tien lessen met opdrachten. Daarna kies je of je een aantal korte verhalen of één lang verhaal wilt schrijven.
Na elke ingestuurde les krijg je feedback van je schrijfcoach via een formulier.
Je kunt punten verdienen als je je opdrachten via MijnMetaboek.NL instuurt.
Gebruik hiervoor de login van de website die je kreeg bij het aanmelden.
Inhoudsopgave:
1. Ken jezelf! Hoe ga je aan de slag en blijf je schrijven?
2. De ideeëntrommel Hoe kom je aan een idee en wat is brainstormen?
3. De vijf W’s. Waaraan moet je denken voordat je begint?
4. Personages Hoe leer je jouw hoofdpersonen kennen en hoe beschrijf je ze?
5. Plot Hoe beschrijf je een plot/verhaallijn?
6. Spanning en slot Hoe bouw je spanning op?
7. Dialoog Hoe schrijf je gesprekken en lijken ze echt?
8. Verteller Wie vertelt het verhaal?
9. Taalgebruik Hoe schrijf je? Wat zijn synoniemen en beeldspraak? En wat schrap je?
10. Vormgeving Hoe maak je van je verhaal/verhalen een mooi e-boek?
Les 1. Ken jezelf!
Ben je door de titel van je stoel gevallen? Klim er snel weer op. Ik zal uitleggen wat ik ermee bedoel.
Vooral als je langere teksten gaat schrijven is het handig om te weten, wat jij nodig hebt om te kunnen schrijven. En te blijven schrijven. Daarom volgt hier een interview met jou. Beantwoord de vragen voor jezelf en schrijf je antwoorden op. Weet je geen antwoord, probeer het dan deze weken uit te zoeken! Gebruik opdracht 2 en 3 daarbij. Veel plezier!
Opdracht 1.1. Interview:
Nodig: jijzelf en pennen + papier
Doel: voorwaarden voor schrijverschap en het volgen van deze cursus
1. Waarmee schrijf je prettig? Met pen, vulpen, fijnschrijver of op een laptop, computer? Heb je voorkeur voor een bepaald soort pen of papier? Hou je van kleine boekjes, grote schriften of blanco papier?
2. Hoe concentreer jij je het best op schrijven? Wil je graag alleen zitten? Moet alles helemaal stil om je heen zijn? Of wil je juist geroezemoes? Zacht muziek aan? Te midden van anderen zitten? (huiskamer, trein, bieb, klas) Heb je bepaalde gewoontes als je gaat schrijven? Altijd die ene sweater aan of die ene cd op?
3. Wanneer schrijf je het liefst? In de ochtend, middag of avond?
Als je al lange verhalen geschreven hebt: hoe lang schrijf je achter elkaar door?
Houd je pauze voordat je doodmoe bent?
4. Wat voor soort schrijver ben je?
- Ben je vooral goed in ideeën, in het verzinnen van verhalen; spring je gemakkelijk van de hak op de tak; sla je snel zijpaadjes in? Met andere woorden: ben je een associatief denker?
- Of ben je juist heel geordend in je denken? Maak je graag schema’s? Zie je snel de grote lijn van iets?
Bij het schrijven van een boek heb je beide manieren van schrijven nodig!
Zie Opdracht 2.
5. Welk genre boeken lees je graag? Lees je vaak fantasieverhalen en griezelboeken of juist realistische (hier-en-nu) boeken? Houd je van detectives of lees je liever geschiedenisboeken? Ben je gek op dierenboeken?
Welke schrijvers spreken jou aan? Heb je nu al een idee wat voor soort boek jij het liefst wilt gaan schrijven?
6. Waarom ga je deze cursus doen? Was het een wens van jou zelf? Of bracht iemand jou op het idee? Hoe gemotiveerd ben je/ hoe graag wil je het doen? Wat wil je ermee bereiken?
Stel dat een opdracht niet lukt, wat heb je dan nodig om toch door te gaan?
Is het nodig wekelijks een bepaald tijdstip met jezelf af te spreken om ervoor te gaan zitten? Wat is een goed moment? Heb je het nodig dat iemand je eraan herinnert? Maak dan een afspraak met je vader of moeder!
Hier volgen verschillende schrijfopdrachten. Je kunt ze ook gebruiken om antwoorden te vinden op de vragen uit het interview.
Opdracht 1.2. Schrijf!
Doel: Beginnen met schrijven.
(Leren) associëren en in lijnen te denken.
1.2 Beschrijf je schrijfplek.
Bedenk eerst wat je een fijne plek vindt! Waar zit je ongestoord? Probeer eventueel verschillende plekken uit of maak een nieuw hoekje. Begin met ‘Ik zit/lig…..’ Schrijf maximaal één bladzijde.
Beschrijf heel nauwkeurig waar je bent en hoe/waarmee je schrijft; denk ook aan kleuren, materiaal en vormen. Is je tafel/bureau van lichtgekleurd hout of matgrijs kunststof? Schrijf ook gedetailleerd wat je om je heen ziet, hoort, ruikt en voelt. En proeft? Zet al je zintuigen in! Tot slot laat je in je fantasie iemand binnenkomen die je stoort. (wie? hoe?)
1.3 Schrijf: Eén straatje verder.
Opdracht: Ga naar buiten en loop een volgende straat in. Het leukst is een straat te kiezen die je niet goed kent. Bepaal van te voren een getal. Als de straat bij 1 begint, neem je bijvoorbeeld 23. Loop naar het bedachte huisnummer en kijk aandachtig! Hoe ziet het huis eruit? Zie je gordijnen, planten, beeldjes, dieren? Wat hangt er aan de muur? Een fiets voor het huis? Wie zou(den) daar kunnen wonen? (Of bij een winkel of kantoor: wie zou daar kunnen werken?) Als je echt iemand ziet, kun je die persoon kiezen, maar het hoeft niet. Zie je vrijwel niets, doordat de ramen geblindeerd zijn, kun je je afvragen waarom niemand daar naar binnen mag kijken…
Ga nu naar huis en maak een schets van het huis. Dit hoeft echt niet mooi of volledig te zijn. Schrijf eventueel in woorden wat er op de vensterbank stond. Schrijf daarna vijf minuten aan één ruk door over wie er in jouw fantasie in het huis woont of wonen. (Zet een wekker of iets dergelijks!) Je begint met schrijven en gaat aan één ruk door! Het hoeven geen mooie zinnen te zijn. Het gaat nu om je ideeën! Alle gedachten zijn goed. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:
- Hoe ziet het huis eruit?
- Wie woont er/ wonen er (in jouw fantasie)?
- Hoe ziet hij/zij eruit?
- Wat doet hij/zij graag en wat juist niet?
- Wat is zijn/haar karakter? Waar is hij/zij goed in?
Schrijf door! Alles wat in je opkomt, is goed. Mocht je toch vastlopen, herhaal dan je laatst geschreven zin.
Alternatief voor opdracht 1.3: Wil je niet de straat op? Zoek dan op internet de afbeelding van een huis. Typ ‘huis’ of ‘eng huis’ en klik bij Google Images aan. Kies een huis uit dat je mooi, leuk, bijzonder of eng vindt. Doe vervolgens de opdracht die hierboven staat. Schrijf vijf minuten lang aan één ruk door.
Vraag: Hoe vond je het om dit te doen? Ging het gemakkelijk? Kon je steeds doorschrijven?
b.Onderstreep nu in je tekst maximaal vijf zinnen of woorden die je belangrijk vindt. Woorden of zinnen die je zou kunnen gebruiken bij een verhaal. Bedenk nu wie je tot hoofdpersoon van dit verhaal zou maken. En wat is er aan de hand? Welk probleem heeft de hoofdpersoon? Schrijf dit in een paar zinnen op.
Stuur deze zinnen op!
Opdracht 1.4. Maak een motivatieschilderij!
Vaak beginnen mensen heel gemotiveerd en vol enthousiasme aan een cursus. Maar als ze eenmaal bezig zijn en vooral als het even niet goed wil lukken, zakt de motivatie. Dan vergeten ze zelfs waarom ze ook al weer begonnen waren. Het is daarom belangrijk dat je er even bij stilstaat waarom je deze cursus doet. Wat wil je ermee bereiken? Heb je een droom? Kun je in een paar zinnen vertellen waarom je deze cursus doet? Schrijf het hieronder op. Zo kun je het altijd weer lezen, wanneer je – om welke reden ook – merkt dat je motivatie zakt.
Je schrijfcoach vindt het leuk om te weten waarom jij de cursus doet.
Stuur je zinnen daarom op!
Ik doe de cursus Schrijf je eigen boek, omdat…